Sinds mijn laatste blog zijn er inmiddels 2 maanden voorbij gevlogen, heb ik ruim 4500 km afgelegd en ben ik 10 x een grens gepasseerd. Nu ik dit noteer, bedenk ik me dat ik inmiddels 1,5 jaar op reis ben. In totaal heeft Piggy mij 40.000 km over goede en slechte wegen door 26 landen gebracht. Een gemiddelde wereldreiziger trekt 1 jaar uit om de wereld te ronden, maar ik hoop dat deze onderneming mij nog vele jaren bezig zal houden. Als ik wat minder zigzaggend te werk was gegaan , dan zou ik nu op de boot tussen Australië en Noord Amerika zitten, om maar iets te noemen.

Momenteel ben ik in Thessaloniki, Griekenland, aangeland. Vlak naast het vliegveld, dus niet bepaald een idyllisch plekje aan het strand. Maar op dit camper verhuur/service/winkel bedrijf sta ik gratis tussen de andere campers. Gratis stroom en goede internetverbinding. Een uitstekende werkplek voor mij. Want het is, behalve de bewerking van de vele foto’s hoog tijd voor een nieuwe blog!

Mijn laatste blog eindigt in Foca, Bosnië-Herzegovina. Lees het vervolg:

De weg langs de Drina rivier richting Servië is onvergetelijk. De weg volgt de bochten van de rivier. Een prachtige omgeving. Om de paar honderd meter is een donkere tunnel door de rotsen gehakt. Geen verlichting. Puur donker. Vooral als de ogen zich nog moeten aanpassen aan het verschil zonneschijn-duisternis. En smal!! Billenknijpen. Vooral als er een tegenligger met groot licht tegemoet komt. 1x kom ik een fietsreiziger tegen. Hij had wel een reflecterend vestje aan , maar geen verlichting. Op een haar na kan ik hem ontwijken. Ik denk nog om deze jongen een lift te geven om hem door de gevaarlijke tunnelroute te brengen maar stoppen is geen optie. Ik hoop dat hij het er levend vanaf heeft gebracht.

Redelijk snel doorkruis ik het zuidelijke deel van Servië. Op advies van de campingeigenaar in Belgrado bezoek ik dit gebied, maar het kan mij niet echt bekoren. De bezienswaardigheden van Zlatibor bevatten voor 60% kermisattracties. Als je daar moe van bent geworden dan is er een ruime keus aan terrasjes en souvenirwinkeltjes.

Via het Servisch Orthodoxe Studenica klooster, met prachtige fresco’s die helaas niet gefotografeerd mogen worden beland ik per ongeluk aan de Kosovaarse grens. Dit deel van Kosovo wordt i.v.m. politieke instabiliteit afgeraden om te bezoeken. Ik keer dus om en stel mijn bezoekje Kosovo uit tot een later tijdstip.

Ik vind een prachtig kampeerplekje aan het Vlasina meer in het oosten van Servië en word getrakteerd op een idyllische zonsondergang boven een spiegelglad wateroppervlak. De volgende ochtend word ik door parkwachters weggestuurd. Kamperen verboden.

In Bulgarije zoek ik een aantal plekken op die ik in 2004 tijdens een toerskitocht heb bezocht, zoals de grote Alexander Nevski kathedraal in Sofia. Het grote Rila klooster in het Rilagebergte is voor mij nieuw. Jammer genoeg regent het pijpenstelen waardoor de imposante uitstraling minder tot zijn recht kom. Maar ja, dat komt vaker voor als het weer niet meezit. Iets verder naar het zuiden beland ik in het Piringebergte. Het ski oord Bansko herken ik niet meer terug van 13 jaar geleden, maar in het Rozhen klooster borrelen de herinneringen weer op. Het gebied wordt gekenmerkt door zijn kalkstenen rotsen. Pirin heeft een mild klimaat en de wijnen uit Melnik zijn het drinken waard. Een van de redenen dat ik enkele dagen onder de wijnranken blijf staan. Je kunt er mooi wandelen en ik heb het geluk dat ik op 8 september in het klooster de geboortedag van Moeder Maria kan meevieren. Maria wordt in de orthodoxe kerk belangrijker geacht dan Jezus. Nadat ik mij heb laten voorlichten over deze gebeurtenis door een vriendelijke jonge priester nodigt hij me uit om deel te nemen aan een gezamenlijke maaltijd met meerdere mensen in een aparte eetzaal. In een donkere dampige ruimte staan lange tafels waaraan enkele tientallen mensen zitten. De priesters hebben een aparte tafel. Ik krijg een open plekje aangewezen waar de mensen op de soep zitten te wachten. Helaas spreekt niemand Frans, Duits of Engels, dus ik krijg weinig te weten wie deze mensen zijn. Dus het komt neer op wachten wat er gaat gebeuren. Enorme soeppannen worden op tafel gezet. Verder is er brood, kaas, salades, karaffen met water,rode en witte wijn. Dat wordt dus smullen. De soep is een goed gevulde groentesoep. De mensen schenken hun eigen glas wijn in. De meesten drinken rode wijn. Maar mijn voorkeur gaat uit naar de witte wijn. Ik schenk, klokklok, mijn glas vol met het blanke vocht, want dat doen de anderen ook met de rode wijn. Op het moment dat ik een flinke slok wil nemen, stoot mijn buurman mij aan en gebaart of ik “problems” heb. Na mijn ontkennende antwoord neem ik een flinke slok waarna ik direct wel “PROBLEMS” heb. De witte wijn blijkt raki. 45% alcohol!. Mijn slokdarm krijgt een hittetest,mijn maag krimpt ineen, de tranen springen in mijn ogen. Vervolgens probeer ik me goed te houden en zeg dat dit een tamelijk stevige wijn is. Helaas wordt mijn Engels niet begrepen. Raki, hoor ik uit verschillende monden. Aan het eind is er zelfs een heerlijk gebakje als toetje. Zacht voor de keel.

Maar nu gaat het “feest” echt beginnen. De bedoeling is dat de liturgie de volledige nacht gaat duren. In het kleine interieur van de kerk met mooie fresco’s volg ik het begin van het ritueel. Verschillende priesters volgen elkaar op met het hardop lezen van verzen uit hun heilige boek, afgewisseld met monotoon gezang van een groep zangers en zangeressen. Ik ontdek mijn tafelgenoten van een uur geleden met opmerkelijk soepele stembanden. Er worden kaarsen gebrand en af en toe komt een priester langs met de wierookbrander. Tientallen dorpelingen komen langs om deze gebeurtenis bij te wonen. Na ruim een uur ben ik moe van het staan en keer Piggywaarts. De volgende ochtend ben ik rond half 10 weer present. Het einde van de liturgie is in aantocht. De priesters komen naar buiten en dragen het icoon van Maria met Jezus op haar arm in een korte processie rond de kerk. Daarna kunnen de mensen een zegen ontvangen van de bisschop met goudkleurige kroon en tuniek. Het doet me denken aan de religieuze bijeenkomsten in Lalibela in Ethiopië, waar de mensen hun zegen ontvangen nadat zij het heilige kruis gekust hebben.

Bulgarije is een van de armste landen van de Balkan, maar Macedonie doet daar niet voor onder. Op het platteland is de tijd stil blijven staan. Nog veel boeren paard-en-wagens en de huizen en wegen zijn slecht- of niet onderhouden. Het oosten van Macedonië bestaat voornamelijk uit uitgestrekte vlakten, omringd met bergketens. De bevolking is uiterst vriendelijk en wild kamperen is geen enkel probleem. In het westen komt men vrij plotseling in bergachtig gebied met hoge bergen, begroeid met denne- en loofbossen. Het Ohridmeer is intussen ontdekt door de reisorganisaties en goedkope vliegreizen worden nu aangeboden, waardoor ik versteld sta van het aantal toeristen, met name Nederlandse, die een weekje aan de stranden van het Ohridmeer verblijven. Begrijpelijk, want het is een prachtige omgeving. Intussen is men druk doende met het oogsten van de wijndruiven. Ook Macedonië heeft heerlijke wijnen. De volgeladen vrachtwagens gaan naar Albanië waar de druiven verder worden verwerkt en uiteindelijk worden gebotteld. Ook kom ik tabaksplantages tegen. De bladeren zijn kleiner dan die van bijv. Cuba. Vele dorpjes in het westen en centraal Macedonië bestaan geheel van de tabaksteelt. Langs de muren van de huizen hangen lange slingers met tabaksbladeren die in de zon kunnen drogen. Ook ontdek ik een soort kassen van plastic folie waarin de bladeren te drogen hangen.

De hoofdstad Skopje is een hoofdstuk apart. Na een vernietigende aardbeving in 1963 is Skopje volledig herbouwd, en dat gaat tot op heden nog steeds door. En hoe!!. Slechts een klein deel van het oude centrum is bewaard gebleven of in oude luister hersteld, maar het echte moderne centrum is een toonbeeld van megalomanie en, in mijn ogen, verkeerde bestedingen in het arme land. De stad is een groteske uiting van misplaatste weelde, maar als je nauwkeurig kijkt is het vooral kitsch. De stad wordt overspoeld met standbeelden, groot en klein, fonteinen, imposante wit marmeren gebouwen met veel pilaren. Een soort Las Vegas in Macedonië.  Over de rivier lopen op een afstand van 100 meter 3 monumentale bruggen met veel standbeeldwerk. Momenteel bouwt men er een vierde bij. Het nut hiervan ontgaat mij volledig. Het is van een afstand gezien alles pracht en praal wat de pot schaft, maar als je naast de standbeelden staat dan zie je dat de verfijning ver te zoeken is. Het lijken wel kunststoffen afgietsels met een koperverfje. Toch is het, mede hierdoor, een zeer indrukwekkend geheel. Trouwens, op vele plekken vind je standbeelden van Moeder Theresa (Skopje 1910 – Calcutta 1997) en plaquettes met spreuken van haar, zoals bijv. “Everything that is not given is lost”. Ik ben te nuchter voor dit soort oneliners. Maar ik heb wel veel bewondering voor haar hoor. Macedonië krijgt bij mij een plaats in de top 3 van mooi land en vriendelijke bevolking.

Nu is het zover dat ik Kosovo ga bezoeken. In dit land is mijn groene kaart niet geldig. Ik moet dus een speciale verzekering afsluiten voor Piggy. De beambte bij de grens laat mij een prijslijst zien waarvan ik schrik. De premie is afhankelijk van het gewicht van de truck. En Piggy weegt 12 ton!. Dus….. Maar de beambte toont veel begrip. “I make a special price for you”, en kijkt mij aan met een blik van dat ga ik even voor je regelen. Als camper betaal ik slechts 15 Euro en krijg er een officieel document voor in de plaats. Goed bewaren voor als je Kosovo weer verlaat.

De hoofdstad Pristina heeft weinig interessants te bieden.

De KFOR vredesmacht is alom aanwezig. Ze zijn er om vrede en veiligheid te bewaken. Het is er nu rustig en ik voel me volledig veilig. In het noorden, bij de Servische grens schijnt het nog onstabiel te zijn. De Serviërs erkennen de jonge staat Kosovo niet en in het noorden wonen veel Serviërs. Dit in tegenstelling tot de andere gebieden waar de Albanezen de overhand hebben.

Iets buiten Prizren vind ik een overnachtingsplekje langs een riviertje. Het is weekend, en dat betekent met het mooie weer veel dagjesmensen langs dit zelfde riviertje. Lekker barbequen met de hele familie. Alleen jammer dat ze er een enorme rommel van maken, plastic zakken, afval, blikjes en ander afval wordt ter plekke achtergelaten. Het volgende weekend wordt de hoeveelheid weer wat groter enzovoorts. Men gaat rustig tussen het overvloedige afval barbequen. Prizren is een leuk stadje om een biertje te drinken en te eten. Met het mooie weer lijkt het hele stadje hiervan s’avonds te genieten.

In Pec bezoek ik het Servisch orthodoxe Patriarchaatsklooster. Een zeer belangrijk heiligdom voor de Serviërs. Het wordt beveiligd door een KFOR eenheid van Italiaanse, Moldavische en Sloveense militairen. In het verleden zijn hier aanslagen gepleegd door Albanese inwoners van Pec die geen Servische aanwezigheid in hun stad dulden. Ook hier een prachtig interieur met vele fresco’s. Helaas verboden om te fotograferen. Als de monniken een uitstapje buiten het klooster maken gaan ze in burgerkleding naar buiten, Maar hun baard en paardenstaart moet dan toch wel opvallen, dunkt mij.

Na afloop maak ik een praatje met de aanwezige Sloveense KFOR militairen, die toegeven dat ze zich aardig vervelen. Er gebeurt hier niets. Maar het ruime salaris wat ze verdienen maakt veel goed.

Ook de Kosovaren zijn zeer vriendelijk en gastvrij, maar in het verkeer zijn ze de slechtste en onbetrouwbaarste chauffeurs van de gehele Balkan. Zelfs Piggy maakt weinig indruk op ze. Degene met de meeste lef krijgt / neemt voorrang. Vooral op rotondes is het oppassen geblazen.

Op de tweede plaats van de top 3 van de vriendelijkheidsladder komt Montenegro. Een prachtig bergachtig land met diepe bossen. De wegen zijn redelijk goed en de welstand is hoger dan in Bulgarije, Kosovo of Macedonië.

Het noordelijke deel doorkruis ik vrij vlot. Er is namelijk wat haast geboden omdat ik Sjoukje, mijn volgende passagier, mijn fietsmaatje, op 24 september in Dubrovnik zal ontmoeten. Ze zal 3 weken met mij door Montenegro en Albanië reizen.

Het is op dit moment regenachtig, de wolken hangen laag over de bergen en de slingerwegen door de bergen zijn spiegelglad. Bij een bocht naast een bruggetje wordt ik verzocht te stoppen door een enigszins opgewonden man. Het blijkt dat hij de bocht over het bruggetje te snel heeft genomen. Zijn auto is het talud in geslipt en is 3 meter lager met de neus in de grond geboord. Net naast het riviertje. Hijzelf is gelukkig niet gewond. Bij het zien van mijn indrukwekkende lier aan de voorzijde van Piggy wordt hij zeer gelukkig. Ik zal zijn redding zijn. Het wordt mijn eerste reddingsactie met Piggy. Echter, na bevestiging van het hele spul laat de lier het afweten. Ik kan de kabel niet inhalen. Voor de man een teleurstelling en voor mij een desillusie over het “zware geschut” van Piggy. Maar we geven niet zo snel op. Met trekkabels en trekkracht van Piggy wordt de auto naar boven gesleurd. Ik moet meteen denken aan de macho reclamefilmpjes waar de mannen na een zware klus een Marlboro sigaret opsteken en elkaar diep inhalerend schouderklopjes geven. Ik moet eerlijk bekennen dat ik een soort heroïsch gevoel beleefde. Maar dan zonder sigaret. P.s. Ik heb vandaag, ruim 1 maand na dato, ontdekt dat het inhalen van de lier pas mogelijk is nadat ik niet 1 maar 2 specifieke schakelaars op het dashboard moet inschakelen. Goed om te weten voor een volgende reddingsoperatie!

In het Durmitor National Park krijg ik voor eerst te maken met nachtvorst. Het ijs staat op de daktent en het gras heeft een rijplaagje. Het uitzicht is magnifiek. De kale rotspartijen aan de horizon zijn met een poedersuikerlaagje bedekt.De rest van de dag schijnt de zon. Een wandeling langs het Black Lake doet de kou vergeten.

De rit naar Dubrovnik voert nog een stukje door Bosnië-Herzegovina. Hier kan ik alle tanks weer bijvullen met goedkope diesel.

In Dubrovnik ontmoet ik Sjoukje op de afgesproken dag. Ze heeft er een flinke fietstocht opzitten: Island hoppend vanaf Pula in Istrië naar Dubrovnik. Het is een leuk weerzien. De komende 3 weken zal ze me vergezellen door Montenegro en Albanië.

In Montenegro belanden we al snel aan de Baai van Kotor, één van de belangrijkste trekpleisters van het land. De lucht is smetteloos blauw, en ook de zee is smetteloos blauw. Er staat geen wind. Het lijkt wel of we langs het Gardameer rijden. Overal terrasjes. Het water reikt bijna tot aan de promenade in Perast. Er is hier nauwelijks of geen getijdenverschil. Het lijkt inderdaad een meer. Na een overnachting op een grote parkeerplaats in Kotor klimmen we de “Zwarte Bergen” in. Montenegro ontleent zijn naam aan dit berggebied. Tijdens de rit over de smalle kronkelweg stoppen we regelmatig om te genieten van het panorama over de baai. Het gigantische cruise schip, de Queen Victoria, dat we gisteren in de haven van Kotor zagen liggen , is nu slechts een miniatuurtje in het uitgestrekte landschap.

Op de top van de Lovcen bezoeken we het mausoleum van Petar II Petrović Njegoš, kort gezegd Njegos, prins-bisschop van Montenegro. Deze geliefde heerser leefde in de eerste helft van de 19e eeuw. Ik moet zeggen, een mooiere plaats voor een mausoleum bestaat er niet. Vanaf de tombe kan je bij helder weer het volledige Montenegro overzien. We vinden een mooie overnachtingsplaats met uitzicht op Cetinje, de vroegere hoofdstad van Montenegro.

Aan de zuidkust ligt het vestingstadje Budva. Als we vanuit de bergen afdalen zien we het stadje in de diepte liggen aan de azuurblauwe zee. Door een uur oponthoud i.v.m. reparatie werkzaamheden aan de weg komen we wat laat in het stadje aan. Parkeerruimte voor Piggy is moeilijk te vinden en uiteindelijk besluiten we op een bewaakte parkeerplaats te gaan staan. Weliswaar voor 5 Euro per uur. West-Europese prijzen dus. We hebben niet meer dan een uur nodig om de oude vesting te bekijken. Op zich is het wel een interessant plaatsje maar dan wel zonder de honderden toeristen en de vele souvenirwinkeltjes. Er woont niemand meer binnen de vestingmuren. Uitbaters die leven van de toeristenindustrie hebben hun plaats ingenomen. Een verlaten camping enige kilometers verderop biedt ons een uitstekende gelegenheid om de nacht door te brengen

Het Skadarmeer wordt verdeeld tussen Montenegro en Albanië. We maken er een boottochtje en ontmoeten Pim, een Nederlandse collega campertruck-wereldreiziger. Samen met vrouw en 2 kinderen hebben ze ongeveer de zelfde plannen als ik. Ook zij willen in Griekenland overwinteren en daarna verder trekken richting Centraal Azië. Mogelijk dat we elkaar weer ergens ontmoeten.

In de bergen van het Biogradska Gora National Park worden we meteen geconfronteerd met de herfst. Een groot deel van de bomen heeft al hun herfstkleuren aangenomen en versieren de hellingen met een kleurenpalet van groen, geel, bruin en rood. Een uitstekend moment voor een fikse wandeling.

Op het moment dat we de grens van Albanie willen oversteken, realiseren we ons dat we dan eerst terug moeten naar Podgorica, de hoofdstad van Montenegro. Daar hebben we niet zo veel zin in. Tot ons geluk krijgen we van een plaatselijke VVV te horen dat er sinds enkele weken een nieuwe weg is geopend vanaf onze standplaats. Aangekomen bij deze nieuwe grens vertelt een beambte me dat de weg wel goed is maar dat de eerste bruggen nog niet aangepast zijn voor zwaar verkeer. Hij schat dat Piggy er net wel of net niet overheen kan. Hij vertelt erbij dat Piggy mogelijk te zwaar is. Dat wordt dus spannend. We wagen het er toch maar op. De eerste brug ziet er niet echt vertrouwenwekkend uit. Qua breedte is het geen probleem, maar of het de 12 ton van Piggy kan dragen is onzeker. Na minutenlang inspectie en beoordeling durf ik het aan om de oversteek te maken. De brug zal niet zomaar afbreken. Op z’n minst verbuigen. De diepte onder de brug geeft wel wat zorgen. Zeker 10 meter. Net voor de brug stop ik, verzamel alle moed, doe een schietgebedje, neem afscheid van geliefden en geef volop gas. Het gebrul van Piggy overstemt het geklepper van de planken. Pfff! Is dit alles?  Eitje, … zeg ik tegen Sjoukje die vooraf lopend naar de overkant is gegaan. De rest van de route loopt door een wonderschone, maar ook rauwe omgeving. De herfstkleuren geven een extra mooie dimensie aan dit gebied.

Op nummer één van de vriendelijkheidsladder komt wat ons betreft Albanië. We kennen helaas vooral de verhalen van de Albanese maffia die zich in West Europa heeft gevestigd, maar de lieve en aardige mensen zijn achtergebleven in Albanië. Overal hartelijkheid, eerlijkheid en gratis hulp als het nodig is. Het lijkt wel of geld hier niet belangrijk is. Bij het minste geringste staat men hier klaar met hun mobieltje om via hun uitgebreide sociale netwerk hulp en advies te bieden. Mensen, kom naar Albanië. Het is één van de mooiste landen van de Balkan, is goedkoop en je staat versteld van hun gastvrijheid. Maar weest snel, want het grote toerisme is in aantocht.

Van Pim hoorden we dat de route naar Theth voor een grote truck niet te doen is, maar met de ontdekking van deze nieuwe weg gaan we het toch proberen. 10 km voor Theth verandert het wegdek plotseling in onverhard terrein met kuilen. Op zich niet erg, maar de weg voert nu langs een kilometer diepe afgrond en de breedte is niet veel breder dan Piggy zelf. En tegenliggers moeten we niet hebben!!  Het is al half 5 en dit zal nog lang duren voordat we Theth zullen bereiken. Hier moet je niet zijn als het donker is. Gelukkig vind ik een plekje om te keren en keer terug naar een grote lege camping in de buurt. De volgende dag kunnen we meerijden met een Landrover naar Theth. Het weer is niet veelbelovend. Laag hangende bewolking en kans op regen. Op het moment dat we net begonnen zijn met de voettocht van Theth naar Valbone begint het te regenen. Jammer, maar toch heeft het wel iets speciaals, De mistflarden bewegen zich tussen de bergen en laten af en toe een mooi doorzichtje op de omgeving toe. Na 6 uur bereiken we ons eindpunt in Valbone. Een pittig tochtje. Hoewel het al laat is proberen we verder te liften naar Fierze waar morgen een ferry naar Koman vertrekt. Nog voordat we onze hand opsteken stopt er al een auto. Hij gaat naar een stadje voor Fierze, maar de man belt direct naar zijn zoon en regelt dat deze ons verder naar Fierze zal brengen. In de auto van de zoon belt deze weer om te informeren of er überhaupt een hotel te vinden is in Fierze. Gelukkig blijkt er iets dergelijks te bestaan. In het donker komen we, nog steeds verkleumd van de regen, in Fierze aan waar we een kamer in een “hotel” krijgen. Hoewel het allemaal erg basic is zijn we er erg blij mee. In het dorpje is geen restaurant. Dat wordt dus brood eten wat nog over is. De volgende dag, in de regen, maken we met de ferry de overtocht over het Komanmeer. We zijn de enige passagiers. Het is einde seizoen zegt de jonge schipper. De boottocht voert door  smalle passages met aan weerszijden torenhoge rotsen. Tsjonge, wat is dit een mooi gebied. Na 5 uur arriveren we in Koman. De schipper, Armando, nodigt ons uit om samen met de 2 matrozen een warme hap te eten. Binnen korte tijd worden een aantal vette worsten, salade, en brood verorberd waarna ik op een rondje raki trakteer. Armando geeft ons een lift naar het veel zuidelijker gelegen Shkoder waar hij ons bij een hotelletje afzet. De volgende dag wordt in beslag genomen door met een lokaal busje terug naar Piggy te rijden, zodat we later op de middag kunnen terug rijden naar Shkoder en daar een camping hopen te vinden. Hoog in de bergen is sneeuw gevallen. Brr. De winter is in aantocht. Piggy is met een laagje sneeuw bedekt. Het was een mooie tocht die we in sneltreinvaart hebben afgelegd. In mijn eentje had ik er liever wat langer over gedaan.

We verblijven slechts kort in Tirana, maar ik doe daar een bijzondere ontdekking. Er blijken muizen in mijn camper rond te scharrelen. Zowel in het woongedeelte als in de voorste cabine, die niet met elkaar in verbinding staan. Voedsel is aangevreten. In de “linnenkast” is een gat in een laken geknaagd. De snippers, liggen verspreid. Er zijn zelfs knaagsporen in het hout. Op verschillende plaatsen uitwerpselen. Hoe komen ze in de camper? Het is een vraagteken. Ik vind een “veterinaire apotheek” in de buurt en vraag naar muizenvallen, die ze helaas niet hebben. Het lijkt erop dat deze apotheek veel giftige producten in het assortiment heeft, want hij beveelt mij verschillende soorten ratten/muizengif aan. Ik houd hier eigenlijk niet van maar uit nood besluit ik toch maar een zakje met aantrekkelijke gif pakketjes aan te schaffen. De volgende dag blijken deze pakketjes aangevreten maar ik merk toch dat aangevreten dadels op een andere plaats liggen. Nu, 2 weken later, bij het vervangen van mijn waterfilter, ontdek ik dat in dit compartiment de muizen een gezellig nestje gemaakt hadden. Gelukkig zijn de muizen nu verdwenen. Ook geen lijken gevonden. Ze zijn dus waarschijnlijk via de uitlaat van de verwarmingsinstallatie naar binnen gekomen, maar dan hebben ze toch een laddertje gebruikt. Maar de muizen van de voorcabine hebben een voor mij geheime route gebruikt. In ieder geval ben ik voorlopig van de muizen af.

De rest van Albanië doen we in sneltreinvaart: De archeologische vindplaatsen in Apllonia en Byllis, waar ik weer eens een elektriciteitskabel los trek en een aantal huizen elektraloos maak, en de kuststreek van het zuiden, de Albanese Riviera, waar het heerlijk zwemmen is.

Uiteindelijk belanden we in Butrint, een oude Griekse plaats waar een archeologische vindplaats is. Een mooie en interessante plek, maar ik ben wat teleurgesteld omdat de verwachte massa trekvogels in dit waterrijke gebied op dit moment niet te zien is.

Hier neem ik afscheid van Sjoukje die met openbaar vervoer terugreist naar Tirana, waar ze het vliegtuig zal nemen, terug naar Nederland.

Vanaf nu ben ik weer alleen. Ik besluit het wat rustiger aan te doen, blijf nog enkele dagen in Butrint en trek vervolgens naar het oosten richting Korca. Ook hier een prachtige bergomgeving en een mooie, maar slechte weg.

Ik kom steeds dichter in de buurt van een overwinteringsplaats. Voorlopig denk ik aan de Peloponnesos, maar het echte juiste plekje moet ik nog vinden.

In Griekenland aangekomen, reis ik via de oude Macedonische hoofdstad Pella, waar nog veel archeologisch materiaal is gevonden en een uitstekend museum heeft, uiteindelijk naar Thessaloniki. Zoals ik in het begin al vertelde sta ik nu op deze camperplek. Mijn buurman is sinds 2 dagen de Nederlandse Dion die ook wil overwinteren in Griekenland en zojuist is een Spaans stel gearriveerd die ook in de Peloponnesos gaat overwinteren en daarna richting Centraal Azië trekt. Dat wordt gezellig !!

Voordat ik hier weg ga moet Piggy weer eens gerepareerd worden. Een gebroken ondersteuningsframe moet vervangen worden. Iets buiten de stad heb ik een garage gevonden die zowaar verschillende Steyr lijken op zijn erf heeft staan. Hij heeft veel onderdelen in voorraad. Ik voel me dus als een kind in een snoepwinkel. Na het weekend wordt de zaak gerepareerd……

BEKIJK DE FOTO”S EN VIDEO”S VAN:

FORMER YUGOSLAVIA – PART 1: SERBIA, BOSNIA-HERCEGOVINA, CROATIA, SLOVENIA* JULY 09 – SEPTEMBER 02 2017

BULGARIA* SEPTEMBER 03 – 08 2017

FORMER YUGOSLAVIA – PART 2: MACEDONIA, KOSOVO, MONTENEGRO, CROATIA* SEPTEMBER 09 – OCTOBER 03 2017

ALBANIA* OCTOBER 04 – 20 2017