De knallen van het vuurwerk doen pijn aan mijn oren. Maar de uiteenspattende sterrenregen is fenomenaal. Het is Chinees Nieuwjaar. Het jaar van het varken wordt ingeluid. Dus het jaar van Piggy !! Niets vermoedend heb ik mijn vlucht naar Singapore geboekt op deze 5e februari. De reden om naar Singapore te gaan is omdat mijn Indonesische visum weer bijna verlopen is. Ik zou er redelijk eenvoudig een nieuw visum voor 2 maanden kunnen aanvragen. Maar ja. Tijdens deze feestdagen zijn alle kantoren gesloten, dus ook de Indonesische ambassade. Al met al resteert er te weinig tijd voor een visum voordat ik na 4 dagen weer terug vlieg naar Bali. Het wordt dus weer een VOA (Visa On Arrival) bij aankomst in Indonesië met de mogelijkheid tot een verlenging van één extra maand.

Aangezien Singapore voor mijn budget een dure stad is ben ik een tijdje bezig om een goedkope overnachtingsplaats te vinden. Het wordt een hostel voorzien van een soort ruimtecapsules. Een witte kunststof cabine voor 20 Euro per dag. Ik ben er zeer tevreden mee. Schoon beddengoed, goede verlichting, climate control en een heerlijk matras. De gemeenschappelijke doucheruimten zijn kraakhelder en het personeel is uitermate vriendelijk en behulpzaam. Aangezien ik de volledige dag op stap ben is zo’n capsule ideaal om er alleen maar te slapen.

Na aankomst maak ik direct gebruik van de moderne en efficiënte metro. Het station is schuin tegenover mijn hostel. Binnen een half uur loop ik over de kade van Marina Bay en kijk uit op de imposante skyline van het economische hart van Singapore met zijn imposante hoogbouw. Een biertje drinken op een terras kost hier 12 Euro. Meer verwijderd van het centrum 6 Euro. Na het goedkope Indonesië is dit even drie keer slikken. Maar mijn 4 dagen in Singapore zijn het dubbel en dwars waard. Ik geniet van de moderne architectuur, de efficiëntie van het openbaar vervoer, de uitbundige verlichting van de wolkenkrabbers, bruggen en andere bouwwerken, de netheid (geen plastic en ander afval op straat) en de vele moderne kunstwerken.

Het zijn 4 volledig gevulde dagen. Er staan veel bezienswaardigheden op mijn lijstje: Het dak van het Marina Bay Sands met een fantastisch uitzicht over de stad, de Garden by the Bay met zijn paddestoelvormige “kunstbomen” met zijn dagelijkse lichtshow, de beroemde dierentuin met z’n beroemde witte tijger en zijn afwezigheid van kooien.

Het zijn best vermoeiende dagen en na 4 dagen vergapen aan moderniteit, weelde en (over?)organisatie vlieg ik verzadigd terug naar Bali, waar ik al snel het besluit neem om de laatste 2 maanden fietsend verder te trekken over de verschillende eilanden richting Timor. Het is een enorme afstand die ik beslist niet slechts fietsend kan overbruggen. Daarom sla ik Lombok (wel jammer, want het is een prachtig eiland) en Sumbawa over en vlieg, met mijn fiets als bagage, naar Komodo Airport in Labuangbajo aan de westpunt van het eiland Flores.

Eén van de eerste dingen die ik hier wil doen is alvast een visumverlenging voor een extra maand aanvragen. Voorbereid op weer een langdurige procedure stap ik het immigratiekantoor binnen. Na een volledige week heb ik uiteindelijk mijn verlenging in mijn paspoort. Dit keer zijn er 4 aparte bezoeken nodig na problemen met de server in Jakarta en afwezigheid van de gemachtigde om het finale stempel te zetten. Nog even verlang ik terug naar het organisatievermogen van de Singaporezen maar dit vervaagt al weer snel nadat ik het papiertje op zak heb.

In de tussentijd maak ik enkele prachtige duiken in het Komodo National Park. Ook hier weer mooie ontmoetingen met mantaroggen, haaien, schildpadden, barracuda’s en zeeslangen. Natuurlijk ontbreekt ook niet een bezoekje aan één van de eilanden om de Komodo varanen te aanschouwen. Op het eiland Rinca ben ik onderdeel van een groepje dat door een gids wordt rondgeleid. Rondom het bezoekerscentrum zien we vele varanen, groot en klein, dicht bij het voedsel. Ik leer er o.a. dat de jonge dieren in de bomen leven om hun oudere soortgenoten niet de gelegenheid te geven ze op te eten. Het is echter niet het juiste moment om ze te zien. Overdag zoeken ze de schaduw op en in de vroege ochtend of begin van de avond komen ze uit hun beschutte plaats om op jacht te gaan.

Na deze week “vakantie” begint mijn fietstocht over de eilanden met een ritje per bus met de fiets op het dak naar Ruteng. Op de kaart heb ik gezien dat de route over een kronkelige weg gaat met veel hoogteverschillen. Ik moet direct aan Sulawesi denken Ook deze tocht zal ik vnl. bergopwaarts met de bus afleggen en bergafwaarts met de fiets. De hitte is enorm en windstille plekken geven mij het gevoel dat alle vocht uit mijn lichaam wordt gezogen. Waarom doe ik mijzelf dit aan. Vroeger vond ik dit nog leuk, maar met het ouder worden verdwijnt de prestatiedrang. Nu ben ik gelukkig met de afdalingen per fiets door de prachtige natuur terwijl de hoger gelegen plekken gemotoriseerd worden bereikt.

In Ruteng huur ik een scooter en verken hiermee voor enkele dagen de omgeving. Toch is dit ook avontuurlijk want af en toe stuit ik op smalle geitenpaadjes die door mooie bosgebieden en naar geïsoleerde dorpjes leiden. Zo bereik ik, gedeeltelijk te voet, het hoog gelegen authentieke dorpje Wae Rebo. Het bestaat uit een aantal ronde familiehuizen met rieten dak. Iedere bezoeker wordt geacht op audiëntie te gaan bij de ´kepala desa”, het dorpshoofd. Allereerst verlangt hij een vastgestelde “donatie” waarop een kort ritueel volgt waarbij de nieuwe gast uit Belanda welkom wordt geheten. De “roundhouses” staan  in een halve cirkel rond een centraal grasveld waar repen kaneel liggen te drogen en kinderen spelen. In het hoogseizoen schijnt het een belangrijke toeristische attractie te zijn, maar nu, in de regentijd, is het er heerlijk rustig. Na een aangeboden maaltijd en de Indonesische kopi tubruk (koffie met drab) keer ik terug naar de scooter. Flores is een mooi bergachtig eiland begroeid met uitgestrekte bossen. Buiten de geasfalteerde Trans-Flores Highway die van oost naar west loopt kom je al snel op slechte wegen en paden die door de dichte tropische bossen de kleine dorpjes verbinden. Een bijzonderheid van Flores zijn de zgn spinnenweb rijstvelden. Vanuit de lucht gezien ziet het er inderdaad uit als een spinnenweb, met in het centrum het heilige deel waar bij ceremonieën geofferd wordt aan de voorouders en de goden om een goede oogst te waarborgen. Oude geloven en rituelen hebben zich hier vermengd met het katholicisme, wat het overgrote deel van de bevolking van Flores aanhangt. De moslims wonen voornamelijk in de kustgebieden. Vanuit het centrum van het spinnenweb ontspringen de segmenten die toebehoren aan de verschillende families van het dorp. Deze segmenten zijn weer onderverdeeld in partjes die toebehoren aan de verschillende familieleden. Het hoofd van ieder segment is de oudste man van de familie. In het Cancar Spider Web, vlakbij Ruteng is zojuist een varken geslacht voor het plantseizoen. De vrouwen zijn intussen begonnen met het planten van de rijstplantjes en hebben zojuist een lunchpauze in de schaduw tussen het omringende struikgewas. Er wordt veel gelachen en een bezoekende toerist is altijd een leuke afwisseling van het zware werk in de zon. Ik krijg een bord eten in mijn handen en word ondertussen voorgesteld aan de aanwezige familieleden en krijg uitgebreid uitleg over de familie opbouw. Ook is het hoofd van de familie, het opperhoofd van hun kavel, aanwezig. De 86 jarige man ziet er nog opmerkelijk jong uit. Er zijn nauwelijks rimpels in zijn gezicht te bespeuren.

De 100 km tussen Ruteng en het kustplaatsje Aimere zijn grotendeels afdalend. Dus op dit traject gebruik ik weer de fiets. Wat een fantastische afdaling. De kronkelweg voert langs groene berghellingen en heeft uitzicht op verschillende kegelvormige vulkanen in de verte. Tijdens het 1200 meter hoogteverschil voel je de temperatuur met het dalen langzaam toenemen.

Bajawa ligt weer op hoogte en van daar uit maak ik tripjes naar de traditionele dorpjes Bena en Luba. Beiden in de schaduw van de indrukwekkende Inerie conus. Iets ten noorden van Bajawa ligt de grot waar in 2003 de overblijfselen van de Floresmens zijn gevonden. Het schepsel was niet groter dan 1 meter. Als je er meer van wilt weten moet je de link maar even aanklikken. In het aangrenzende verwaarloosde museumpje zijn o.a. het skelet van dit wonderlijke schepsel te zien. Het museumpje is echter gesloten maar terwijl ik een kopi tubruk drink met enkele jongeren voor het aangrenzende gebouwtje wordt de sleutelbewaarder gebeld die na 10 minuten komt aanrijden met zijn scooter en de deur van het museum voor mij opent.

De 124 km naar Ende zijn grotendeels afdalend en het laatste stukje krijg ik een lift van een pickup truckje. Ook hier zijn de mensen geweldig vriendelijk en behulpzaam

In Moni vind ik een alleraardigst hostel met een eigen veranda. De kratermeren van de Kelimutu vulkaan liggen in de buurt. Alweer met een gehuurde scooter vertrek ik vóór zonsopgang  naar de parkeerplaats onder de top en bereik te voet na  45 minuten de 3 kratermeren die beroemd zijn om hun wisselende kleuren

Verder naar het oosten worden fiets en bus weer afgewisseld naar mooie plekjes van het eiland. Soms blijf ik enkele dagen ergens hangen op plekken waar het goed toeven is. Er wordt veel gesnorkeld, gezwommen en gewandeld aan de zuidkust. Ik merk dat het constante reizen soms onderbroken moet worden met rustmomenten op plekken waar ik kan relaxen, lezen en foto’s bewerken.

Als ik uiteindelijk de oostelijke stad Maumere bereik blijkt dat ik nog twee weken over heb voordat ik voor enkele weken terug keer naar Nederland. Het besluit is snel genomen om deze laatste weken door te brengen op het eiland Timor. Ook hier huur ik weer een scooter om richting het jonge zelfstandige land Timor-Leste met zijn hoofdstad Dili te rijden.

Het eiland is minder bergachtig en uitbundig in zijn natuur dan Flores. Ook hier bezoek ik enkele traditionele dorpen waar nog geen vijftig jaar geleden de laatste kop werd gesneld. Er zijn mooie watervallen en de vrouwen lopen rond in vaak mooi gekleurde ikat sarongs. Ondanks de uitdrukkelijke verzekering van mijn hotelbaas in Kupang, tevens verhuurder van mijn scooter, kan ik zonder problemen de scooter de grens over rijden naar Timor-Leste en weer terug. Bij de grenspost blijkt dat ik wel degelijk importpapieren van de scooter moet tonen. Die kan ik wel krijgen bij de politie 50 km terug. Dit zal te veel tijd gaan vergen. Het resultaat is dat ik helaas terug moet keren en Timor-Leste met zijn hoofdstad Dili moet verwijderen van mijn to-do lijstje.

In enkele dagen rijd ik terug naar Kupang en trotseer enkele enorme tropische stortbuien. Het wegdek verandert in een snelstromende rivier, mijn schoenen lopen vol. Ik hoor dat deze buien verderop in Papua, bij de stad Jayapura waar ik nog niet zo lang geleden rond liep, hevige overstromingen heeft veroorzaakt met meer dan 75 dodelijke slachtoffers en vele gewonden en vermisten. Indonesië heeft in het half jaar dat ik het bereist heb vele rampen moeten incasseren met zeer veel slachtoffers:  Vliegtuig ongeluk, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, tsunami’s en overstromingen door extreme regenval. Gelukkig ben ik de dans steeds ontsprongen

De plannen voor de komende maanden:

Eind april na enkele weken verblijf in Nederland terug naar Piggy in Mongolië, waar ik de reis over land weer voortzet naar Rusland, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Oezbekistan, Turkmenistan, Iran en misschien Oman.

Zojuist verneem ik dat overlanders met voertuigen met een cilinderinhoud boven de 2500 cc niet meer worden toegelaten in Iran. Dit zal een volledige herziening van mijn plannen betekenen, maar voorlopig blijf ik nog optimistisch. Regels in deze landen hebben de eigenschap van veelvuldige veranderingen. We zullen zien!!

BEKIJK DE FOTO’S EN VIDEO’S VAN SINGAPORE EN FLORES& WEST TIMOR

BEKIJK DE ONDERWATERVIDEO  Indonesia – Komodo National Park: Close encounter with a seasnake