Na 6 dagen Boedapest en een verkwikkend thermaal bad trek ik door de rest van Hongarije in de richting van de Oekraiense grens. De puszta is een uitgestrekte vlakte  met gras en bossen. Kiskunsag National Park. Daar kan men nog iets terug vinden van het authentieke herdersleven, maar dan wel gevat in een toeristisch jasje. Een paardenshow geeft leuke fotomomenten en laat zien wat de cowboys met hun kleine, behendige paardjes kunnen uitvoeren. Met de mountainbike door het beschermde gebied fietsen is erg leuk. Maar wel de banden half leeg laten lopen want je komt veel zandpaden tegen. Via Kecskemet, bekend om zijn Jugendstil gebouwen, en Eger vind ik een leuke camping vlakbij de Oekraiense grens waar ik als enige gast naast een oud waterrad sta.

Om Oekraine binnen te gaan neem ik op advies van de eigenaresse de volgende dag niet de grens van Tiszabecs, maar die van Beregsurany, waar de meeste truckschauffeurs gebruik van maken. Tiszabecs heeft mogelijk te lage poortjes, zegt ze.

Altijd weer spannend, zo’n grens tussen een EU land en daarbuiten. Het wordt een opeenstapeling van geduld, gelatenheid, frustratie en tenslotte boosheid. Al aan de Hongaarse zijde begint het gelazer. Na 15 minuten wachten achter een grote truck wordt ik terugverwezen naar het politie hokje dat ik ongemerkt gepasseerd ben. Natuurlijk moet ik flink manoeuvreren om tegen de richting in me uiteindelijk aan te sluiten bij het politiehokje. Als ik na een half uur aan de beurt ben vraagt men natuurlijk naar al mijn documenten. Vanaf dit moment moet ik omschakelen naar de modus ‘gelatenheid en geduld’. Ik vermeld duidelijk dat ik een campingcar, een Wohnmobil, een camper, ben en dus geen goederen vervoer. Als een beambte mijn gegevens natrekt op de computer wordt er intussen door een andere uitgebreid mijn heiligdom geïnspecteerd. Geen woord Engels of Duits. Wel Russisch. Niet bepaald mijn sterkste taal. Natuurlijk vinden ze geen goederen, verdovende middelen of wapens, maar als camper ben ik te zwaar. Namelijk boven de 7,5 ton. Dus, in hun visie ben ik een vrachtwagen. Zware campers schijnen ze nog nooit tegen gekomen te zijn, althans, niet als zodanig omschreven in het handboek. De man weet niet hoe hij dit moet hanteren en begint ongeduldig te worden. Er verschijnen pareltjes op zijn voorhoofd. Hij besluit een strenge politieman te zijn. Hij vraagt naar het tolbewijs dat ik aan de grens heb aangeschaft en concludeert dat ik te weinig tol heb betaald, want ik ben tenslotte een vrachtwagen, en daarom ook een boete zal krijgen. Op de website van de ANWB staat vermeld dat alle campers een uniform tarief hoeven te betalen, ongeacht het gewicht.(Overigens , dit geldt alleen voor de snelwegen en niet de tolvrije binnenwegen die ik vaak gebruik). Helaas staat dit niet in het boekje van deze meneer. Na ruggespraak met andere beambten, 50 meter verderop, achter een computer (duurt weer ruim een half uur)houdt hij voet bij stuk. Deze eigenaar van deze truck mag niet zomaar de grens passeren en moet ook nog achterstallige tol betalen inclusief boete. De man loopt weg en zegt dat ik moet wachten totdat hij terug komt. Mijn documenten zijn in het bezit van de man in het bewuste politiehokje. Na 3 kwartier wachten ben ik het echt zat en eis mijn paspoort en andere documenten terug. Ik wil hier helemaal niet meer de grens over. Ik zoek wel een andere locatie. Maar in Zahony, 65 km verderop en dicht bij de Slowaakse grens loop ik tegen dezelfde muur op. Ik besluit de grens naar Slowakije over te gaan en in dat land mijn geluk te proberen.

De volgende ochtend sta ik vroeg  voor de slagbomen. Ook hier drama. Aan de Slowaakse kant gaat het nu redelijk soepel. Maar aan de Oekraïense kant begint het gelazer weer. Ik moet mij aansluiten achter de trucks en allerlei stempels halen die ik niet nodig heb. Ik rijd ook nog over een soort weegbrug waarvoor ik 5 Euro moet betalen. Ik ben tenslotte een vrachtwagen. Enfin. Dit gaat nog even door. Totdat een goed Engels sprekende beambte mij te hulp komt. Hij zegt dat in de wet zwaardere campers dan 7,5 ton niet bestaan, maar begrijpt mijn situatie. Hij belt met het Ministerie van Transport en na een uur komt hij met het goede nieuws dat ik het Oekraïense grondgebied mag betreden. Ik krijg zelfs een soort VIP behandeling en mag de rij wachtende auto’s richting Slowakije doorkruisen en tegen de rijrichting in naar het douanehokje rijden waar ik een mooi Oekraïens stempel in mijn paspoort gedrukt krijg.    Welkom in Oekraïne!!

De eerste indrukken van Oekraïne betreffen de slechte wegen, mooie kerken met blauwe daken en goudkleurige koepels. Verder vallen onderweg de grote hoeveelheid pruttelende Lada’s en vrachtwagens op. Ook vrouwen met bloemetjesschort, hoofddoek en hoog opgetrokken sokken en paard en wagens.

De weg naar Lviv leidt eerst door de Karpaten. Een wonderschone omgeving met schilderachtige dorpjes. Aan de rand van Lviv vind ik bij een failliet hotel naast een even failliete paardenrenbaan waar het gras een meter hoog staat en momenteel gebruikt wordt als weiland voor enkele paarden. Met de, nog aanwezige, portier onderhandel ik over de prijs om de slagboom te openen en blijf daar 2 dagen staan om de stad te bezoeken. Dit vind ik voldoende om het historische centrum te bekijken. Weer terug in de Karpaten (Beskiden, of Woudkarpaten), ga ik op zoek naar de hoogste toppen van Oekraïne. De Hoverla is 2060 m. en de Petra die iets lager is. Via een houthakkerspad bereik ik een idyllisch plekje op een open plek in het bos. Hier vandaan gaat het lopend richting top van de Petra. Wat een heerlijke omgeving.

Onderweg naar Kamianets-Podilkyi kom ik ditmaal in een extreem slecht weggedeelte. Je kunt het offroad op asfalt noemen. Door het schommelen slinger ik in de cabine van links naar rechts. Piggy kreunt. Plotseling een knal. Een bekend geluid van een jaar geleden na de rit in de woestijn van Marokko. Gebroken steunbeugel van de cabine. Extreem langzaam rijd ik nu naar het dichtst bijzijnde dorpje. Ik zie een corpulente man die met een slijptol bezig is zijn metalen hekwerk te bewerken. Dit moet een techneut zijn, denk ik, en stop naast zijn huis. Het blijkt een goed voorgevoel. Binnen enkele minuten staat de man mijn geblesseerde truck te lassen. Zijn vrouw geeft met een gebaar aan dat haar man een zeer kundig technicus is. Ik ben dus in goede handen.

Binnen een uur is Piggy weer reisvaardig. De man wil niets voor zijn hulp ontvangen, maar toch stop ik hem enkele Oekraïense Grivna’s toe. Wat een enorme vriendelijkheid en gastvrijheid ontmoet ik toch onderweg. Alleen die Hongaarse politiebeambte aan de grens met Oekraïne moeten ze opsluiten of ontslaan !!

De grensovergang tussen Oekraïne en Moldavië gaat gelukkig een stuk soepeler. Natuurlijk duurt de hele procedure zeker een uur. Men wil alles weten en inspecteren. Een vrouwelijke beambte spreekt zowaar wat Engels. Ze is in haar loopbaan nog niet eerder een dergelijke camper tegen gekomen. Ik maak wat grapjes met haar en nodig haar uit om een stukje met me mee te reizen. Dat vind mijn echtgenoot vast niet goed, zegt ze.

Het eerste wat opvalt in Moldavië zijn de talrijke waterputten aan de kant van de weg. Vooral in het eerste dorpje tel ik al meer dan 20 stuks. Allemaal op een andere manier gebouwd. Als een waterkan, met baldakijn, met koepel en soms ook gewoon een waterput met draaihengsel en emmer. Wild kamperen in Moldavië is eenvoudig en veilig. In feite heeft Moldavië niet veel te bieden. Het landschap is wat saai, maar de wegen zijn dat niet. Gaten zo groot als een basketbal (categorie 1), waar een mens in past (categorie 2) en waar een koe in past (categorie 3). Ze zorgen dat ik niet in slaap val. De diesel is tot nu toe het goedkoopste wat ik heb meegemaakt onderweg. 72 Eurocent per liter. Dat betekent alle tanks tot de nok toe vullen voordat ik naar Roemenië ga. Men spreekt er Roemeens. Een Romaanse taal waar ik veel Italiaanse woorden in ontdek. Ook het schrift is weer begrijpelijker. Dit in tegenstelling tot het Oekraïens , dat in het Cyrillische schrift wordt geschreven.

Moldavië heeft goede wijnen. Ik bezoek de grootste wijnkelders ter wereld in Milestii Mistici. 200 km ondergrondse gangen gevuld met enorme houten – en metalen vaten. De tunnels kunnen alleen bezichtigd worden met een auto. Piggy is te groot, maar ik wordt uitgenodigd door mensen uit Slovenië om samen met de gids in hun auto de tour te ondernemen. Ter afsluiting een gezellige wijnproeverij in een sfeervolle ruimte met stemmige live muziek, vergezeld van heerlijke lokale hapjes. Achteraf natuurlijk een bezoekje aan de wijnwinkel. Voorlopig kan ik weer even vooruit met prachtige wijnen tussen 1 en 3 Euro per fles. Per taxi laat ik me naar de hoofdstad Chisinau wegbrengen en weer ophalen. De chauffeur spreekt Engels. 3 tot 4 uurtjes het centrum van de stad bezoeken is voldoende. Er zijn weinig grootse dingen te zien. Op de terugweg vertel ik Nicolai, de taxichauffeur, het verhaal van de gebroken cabinesteun in Oekraïne. Ik vermoed dat er weer een scheur ontstaan is omdat bij iedere kuil de truck al weer gaat kreunen. Inderdaad blijkt dit het geval te zijn. Op mijn verzoek gaat Nicolai op zoek naar een echt goede lasser om dit euvel voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen. Hij belt me de volgende ochtend op dat hij iemand gevonden heeft. Pas overmorgen kan ik terecht. We komen overeen dat we de volgende dag samen naar het afgescheiden deel van Moldavië, Transnistrië, gaan. Ca 120 km naar het zuiden. Men is daar volledig op Rusland gericht. Men wil aan de grens al geen Moldavisch meer spreken. Alleen Russisch. Ook hier alleen Cyrillische verkeersborden. Ze hebben een eigen geldsysteem, inclusief enkele plastic munten. Als toerist krijg je toestemming om maximaal 10 uur in het ministaatje te verblijven. Bij binnenkomst krijg je een een bonnetje waarop je persoonsgegevens en de exacte aankomst- en uiterlijke vertrektijd staat vermeld.  Het verkeer is er minimaal. De weg oversteken is dan ook nagenoeg gevaarloos. De hoofdstad Tiraspol heeft nog minder te bieden dan Chisinau, behalve dan het uitgebreide monument voor de gevallen soldaten en de eeuwige vlam voor de onbekende soldaat. Je kan duidelijk zien dat het een arm land is, maar er staat intussen wel een nieuw imposant voetbalstadion en een grote moderne supermarkt, wat duidelijk is gefinancierd door Rusland. Het enige bijzondere, wat ik ervaar, is om hier rond te lopen in dit “landje” dat is erkend door Rusland, als enige in de wereld.

Ook hier leuke inkopen gedaan. De lokale brandy en cognac staat internationaal goed aangeschreven. Een fles 8 jaar oude cognac kost me hier 4 Euro.

De lasser is lange tijd bezig om de schade aan Piggy te herstellen. Hij vertelt dat het metaal intussen te oud en te zacht is geworden. Hij heeft er een hele klus aan, maar ik zie met mijn leken-ogen dat hij goed weet waar hij mee bezig is. Ik kan beter gaan uitkijken naar een nieuw onderdeel vertelt hij. Nicolai gaat op zoek naar een bedrijf waar ze dit onderdeel kunnen kopiëren. Hij zal me telefonisch op de hoogte houden als ik al in Roemenië ben. Desnoods moet ik nog een keer terug naar Moldavië.

De lasser wil pertinent geen geld van me ontvangen. Als betaling vraagt hij enkel een fles bier van 2,5 liter. Ik blijf verwonderd over de vriendelijkheid van deze mensen.

Intussen ben ik in de Donau Delta aan de Zwarte Zee in Roemenië. Een El Dorado voor vogelliefhebbers. Met een bootje wordt ik over meren en tussen rietkragen gevaren en waan me soms een beetje in de Biesbosch en soms in een dergelijk gebied in Azië of Afrika.

Het is een heerlijk plekje hier op het kleine campinkje met de vriendelijke behulpzame eigenaresse.

De plannen voor de komende weken: Eerst naar Boekarest.Vervolgens via Brasov naar het noorden, weer terug naar de Karpaten, maar dan aan de Roemeense kant.

Via Timisoara zal ik naar Servië en Kroatië reizen.

Tot dan..

Bekijk de foto’s en video’s van Duitsland, Tsjechie, Oostenrijk, Hongarije, Oekraine, Moldavie en Roemenie