Na het drieweekse verblijf in de Filipijnen keer ik voor korte tijd terug naar Bali. Ik zoek mijn hotelletje in Kuta weer op waar mijn fiets en bagage door het vriendelijke personeel in een kast wordt bewaard. Kuta is wat mij betreft niet het oord waar ik lang wil blijven, maar de vele voordelen zoals het bagagedepot, de nabijheid van het vliegveld en niet te vergeten “Poppies” het heerlijke restaurant om de hoek waar ik intussen een bekende gast ben, maken alles goed. In Kuta word ik wel weer meteen geconfronteerd met blootlijvige en vaak volledig met tatoeages bedekte toeristen die langs de ontelbare souvenirwinkeltjes slenteren. Wat val ik toch op met mijn ongeschonden huidje. Ik mag hopen dat ik trendsetter ben.

Omdat het verkrijgen van een 2 maanden visum voor Indonesië in Manilla niet mogelijk was (Zie blog Filipijnen) ben ik weer aangewezen op een VOA (Visa On Arrival) wat inhoudt dat ik binnen een maand een verlenging voor een extra maand moet aanvragen bij één van de Immigratie kantoren in het land. Als ik dit in Bali zou doen zou mij dat vijf werkdagen kosten. Met een weekend ertussen wordt dit al snel een week. Dit is natuurlijk geen optie voor mij, dus hoop ik op een andere locatie op één van de eilanden die minder toeristisch zijn. Mijn plan is dan ook om wederom fiets en bagage achter te laten bij mijn hotelletje en de twee maanden rond te reizen langs de Molukken, West Papua en Papua om uiteindelijk weer terug te keren in Bali om daar per motorfiets het volledige eiland rond te toeren. Dit traject per fiets afleggen is ondoenlijk met zijn grote afstanden tussen de eilanden, langdurige bootreizen of, anders, de vele onderlinge vliegreizen. Bovendien zijn er nauwelijks wegen te vinden in Papua.

Mijn eerste vlucht is naar Ambon, het belangrijkste eiland van de Zuid Molukken. Eén van de specerijeilanden. In de tijd van de VOC in de 17e eeuw zijn de Hollanders hier steenrijk geworden door de lucratieve handel in kruidnagels. In Europa hadden de specerijen een enorme handelswaarde. Na een onrustige tijd tussen 1999 en 2002 door godsdienst twisten waardoor de stad het aanzien van een tweede Beiroet kreeg zijn alle littekens in de stad intussen verdwenen en de rust weder gekeerd, hoewel het onderhuids blijft broeien. Voor mij heeft de stad weinig interessants te bieden. Het is bijna Kersmis en overal zie je verlichtte kerstbomen en zijn in de straatstalletjes Santa Claus mutsjes te koop. Mijn hoofddoel is eigenlijk het duikmekka op de kleine Banda eilanden, ten zuidoosten van Ambon. Per ojek (motortaxi) laat ik mij naar de aanlegsteiger van de Express boot brengen. Na lange tijd wachten en van kastje naar de muur gestuurd te zijn blijkt dat de boot niet vertrekt ivm te hoge golven op de Banda Zee in deze periode. M.a.w. voorlopig vertrekt er geen snelle boot. Wel gaat er , als je geluk hebt, een langzame boot in die richting, maar dat is pas over 3 dagen. Het lange wachten en de onzekerheid of er überhaupt een boot vertrekt doet mij besluiten een vlucht te boeken naar de Noord-Molukken. I.c de twee kleine eilandjes, vroeger twee elkaar bestrijdende sultanaten, Ternate en Tidore. Het zijn eigenlijk twee uit zee oprijzende vulkanen voor de kust van het veel grotere dunbevolkte eiland Halmahera. Het vulkaanlandschap is schitterend. Rondom de vulkanen zijn wat nederzettingen te vinden verbonden met een redelijk goede weg. Ik trek er enkele dagen voor uit om beide eilandjes en ook een deel van Halmahera per motorfiets te verkennen. Het zijn prachtige tochten. Stranden van zwart vulkanisch zand, weelderige natuur, fraaie vergezichten en een uiterst vriendelijke bevolking. Deze dagen komen echt van pas omdat ik een week moet wachten op de boot vanaf Ternate naar Sorong in West Papua. Op de punt van Vogelkop. De ticket is reeds aangeschaft voor deze 15 urige boottocht. Van deze wachttijd maak ik tevens gebruik om een visum verlenging aan te vragen in het Immigratie Kantoor van Ternate. Deze keer heb ik geluk. Ik kan het de volgende dag al ophalen. Maar eerst nog vingerafdrukken van alle 10 vingers laten maken en een biometrische foto. Deze foto moet wel in stijl. Mijn keurige, 2 weken geleden aangeschafte T shirt voldoet niet voor deze “plechtige gelegenheid” en mij wordt een overhemd aangereikt met streepjesdessin. Zwart-wit. Je raadt het al: A la gevangeniskledij !!. Maar wat echt erg is, is dat de kleur wit in de loop der tijd en de afwezigheid van een wasbeurt veranderd is in een bijzondere kleur geel. Na mij spontane lachbui en opmerking over de “gevangenis-vergeeld- ongewassen” kwestie reageert de beambte met een sorry, sorry. Ik weet zeker dat hierna geen enkele actie wordt ondernomen zodat de volgende buitenlander het zelfde lot zal moeten ondergaan. Na vele glimlachjes en een welgemeende handdruk kan ik mijn paspoort in ontvangst nemen en verlaat met een gelukkig gevoel het gebouw.

Redelijk op tijd arriveert de ferry in Ternate. De Pelni Line heeft vele boten varen in de Indonesische archipel. Ze varen een vast traject tussen de eilanden en varen de zelfde route terug. Dit duurt soms enkele weken. Daarom is het soms enkel mogelijk dat eens per week of twee weken er een boot langs komt. Vliegen is tegenwoordig een snellere optie en de prijs valt echt mee. Maar ik wil toch in ieder geval één maal zo’n tocht meemaken. Er gaan nogal eens boten naar de kelder door slecht onderhoud en overbelading, maar dit schip ziet er met mijn lekenogen best goed uit en ook het aantal passagiers valt mee. Hoewel, er slapen best veel mensen op de gangen en op de platforms tussen de verdiepingen. Ik spreid mijn matje uit op het dek en onderzoek een ontsnappingsstrategie door o.a vlak naast de reddingsboten te liggen.  En zo lig ik op mijn rug een tijdje naar de heldere sterrenhemel te kijken voordat ik in slaap val. De volgende ochtend, na 15 uur, arriveren we in Sorong. Alweer een droomwens van me in vervulling gekomen. Papua !!

Aan de kade ontstaat er een gevecht tussen dragers die op de boot willen klimmen om als eerste een klant met bagage te claimen. Ze worden met stokken terug geslagen door het havenpersoneel. Ze mogen het schip niet betreden. Buiten op de kade netjes wachten totdat de passagiers met hun bagage het schip verlaten hebben.

De volgende dag zit ik al op de boot naar het hoofdeiland van Raja Ampat. Ook dit is een duikmekka. Het eiland herbergt een aanzienlijke hoeveelheid paradijsvogels, maar dicht benaderen lukt niet zodat je ze vanaf de grond in de bomen ziet zitten. Af en toe bezig met hun befaamde baltsdans. Helaas te ver weg voor mooie foto’s. Op het eiland ontmoet ik Marcel en Ineke uit Amsterdam. Ze zijn net gearriveerd na een langdurige reis vanuit Nederland. Hun plan is om in een maand tijd enkele eilanden te bezoeken met mooie duiklokaties en daarna de binnenlanden van Papua in te trekken. Dus onze plannen komen overeen.

Het hotelletje bestaat uit rieten hutjes op een lange houten pier. Aan weerszijden kristal helder blauw water en een mooi koraalrif. Meteen wordt ik tijdens mijn eerste snorkeltochtje al getrakteerd op enkele schildpadden, grote scholen bont gekleurde vissen en een stevige zwartpunt rifhaai die langs mij schiet richting strand. Dat belooft veel moois de komende dagen !

We regelen een bootje die ons naar het eilandje Arborek brengt. Een idyllisch plekje met kokospalmen, turquoise- en azuurblauwe zee voor de deur en een hangmat op de veranda van het houten hutje. Paradijselijk. We maken er prachtige duiken, maar ook snorkelend is er veel moois te zien, zoals de vele manta roggen die hier langs zwemmen. Ik maak er één van mijn mooiste duiken van mijn leven. Eén maal worden we bij een zgn. poetsstation omringd door 10 tot 18 gigantische vliegende tapijten. We blijven een volledig uur op deze locatie totdat onze tanks bijna leeg zijn. De mantas komen zo dichtbij dat je ze zou kunnen aanraken. Als ze over je heen zwemmen dan voel je je een nietig wezentje onder hun 4 meter lange vleugels. Een onvergetelijke ervaring.

We vieren er Oud en Nieuw op de aanlegsteiger en genieten van het onverwacht grootse vuurwerk.

Op Kri, een ander eilandje, maken we nog meer duiken. Ook hier manta’s, rifhaaien, schildpadden en grote scholen barracuda’s die om je heen cirkelen. Dit alles met prachtig gekleurd koraal als decor.

Via drie aparte vluchten bereik ik Wamena, in het hartje van de Baliemvallei in Centraal Papua. Intussen is het uitgegroeid tot een flinke provinciestad. Er wonen zowel Indonesiërs als de originele bewoners, de Papua. De middenstand is volledig in handen van de Indonesiërs. De Papua willen eigenlijk zelfstandig zijn maar Indonesië verhindert dat  o.a. door zoveel mogelijk Indonesiërs aan te moedigen om naar Papua te verhuizen. Op deze manier raakt de oorspronkelijke bevolking in de minderheid zodat deze vrijheidsdroom verder wordt onderdrukt. Ik heb hetzelfde fenomeen ooit in Tibet ervaren, waar de Chinezen intussen de volledige economie in handen hebben en de oorspronkelijke Tibetanen het onderspit delven.

Ik ben hier om het Dani volk te bezoeken. Ruim een halve eeuw geleden leefden ze nog in het stenen tijdperk, maar tegenwoordig heeft de penisgordel plaats gemaakt voor westerse kleding en is de smartphone erg populair. Omdat ik Marcel en Ineke vooruit gereisd ben en zij ook nog flinke vertraging oplopen door een defect aan het vliegtuig vertoef ik al 4 dagen in Wamena en kan zodoende alle voorbereidingen treffen voor een vijfdaagse trektocht door de bergen rond de Baliem vallei om verschillende nederzettingen van de Dani te bezoeken. Ik regel er de gids, 3 dragers en een kok, onderhandel over de prijs en doe samen met de kok boodschappen op de markt voor de komende dagen. Via WhattsApp onderhoud ik het contact met Marcel en Ineke. Direct na hun aankomst starten we onze tocht. In het eerste dorpje krijgen we al een demonstratie te zien van een zgn oorlogsdans. We hebben deze “show ”van te voren geregeld en betaald (niet goedkoop). Hoewel niet meer authentiek (gelukkig maar) toch wel een mooi spektakel. Met veel gekrijs vallen de mannen elkaar aan met speren, zwaarden en pijl en bogen. Hun gezichten zijn beschilderd en sommigen dragen prachtige hoofdtooien van kasuaris- en paradijsvogelveren. Een enkeling heeft zijn neus doorboord met gekromde zwijnetanden. De “kleding ”bestaat slechts uit de peniskoker, gemaakt van een soort kalebas. Naderhand krijgen we zang en dans op het binnenplein van de omheinde nederzetting te zien van de vrouwen, slechts gehuld in een rieten rokje. We krijgen uitleg over hun cultuur. Als een man rijk genoeg is kan hij meerdere vrouwen hebben. Hier moet hij wel voor betalen. Vijf tot zes varkens per vrouw. Een varken kost 35 miljoen Rupiah. Dat is in de huidige koers ruim 2000 Euro. Zodoende kan een man maximaal drie tot vijf vrouwen hebben.

Bekijk wat beeldmateriaal door anderen gefilmd:

1     2.    3.   4.

Een varken vormt een belangrijk onderdeel in de Dani gemeenschap. Bij begroeting zegt men wa-wa. Varken betekent wa. Daar komt ook de naam Wamena vandaan. Wa betekent varken en mena betekent klein. De mannen verblijven in het mannenhuis waar de jongens vanaf hun 15e jaar gaan wonen. Deze ronde hut staat aan het hoofd van het dorp. Links zijn de aparte familiehutten en rechts de varkenshokken. Soms bewaren de dorpen hun oude gemummificeerde opperhoofd van 350 jaar oud in het mannenhuis. Deze wordt tegen betaling getoond aan de toeristen. Het zwart geblakerde lichaam wordt dan iedere keer naar buiten gedragen. Het mummificatieproces vindt plaats dmv rook. Vandaar de zwart geblakerde kleur. Door het bewaren van de mummie in het mannenhuis wil men nog iets van de macht van deze opperhoofden behouden in hun dorp.

We volgen de onstuimige Baliem  rivier langs geitenpaadjes naar verschillende dorpjes en krijgen uitleg over de flora. Er zijn bladeren die een verkoelend effect hebben op de huid, maar ook bladeren die het beste als wc papier gebruikt kunnen worden. Welke bladeren gebruik je voor de bekende betelpruimen en welke voor het rollen van een shaggie. We slapen in rieten hutjes en steken de rivier over via uit lianen bestaande hangbruggen. Gelukkig regent het alleen s’nachts. De paden kunnen erg glibberig worden. Hoewel de meesten in westerse kleding rondlopen kom je af en toe oudere mannen tegen die hun penisgordel nog dragen. Stuk voor stuk fotogenieke figuren. Vrouwen lopen niet meer met bloot bovenlichaam rond.

Na vijf dagen keren we terug in Wamena. We nemen afscheid van onze begeleiders en bedanken hen voor de mooie en interessante tocht. Ook van Marcel en Tineke neem ik afscheid. Zij vliegen terug naar Raja Ampat om nog relaxend en duikend door te brengen in dit paradijsje alvorens terug te keren naar Nederland.

Voor mij betekent dit het einde van het Papua avontuur en vlieg de volgende dag naar Bali waar ik de laatste twee weken van mijn visum gebruik om per motorfiets het volledige eiland te verkennen. Het is een prachtig eiland. Vooral het zuidoosten is erg druk met toeristen. Verderop naar het noorden en westen wordt het rustiger. Vulkanen, rijstterrassen, kleurrijke ceremonies, traditionele Balidansen, gamelan. Ik kan er zeker nog een volledige blog aan wijden, maar dat ga ik niet doen, want ik loop al achter op

De vlucht naar Singapore is reeds geboekt. Ik moet weer even het land verlaten om daar een nieuw visum aan te vragen.

BEKIJK DE FOTO’S EN VIDEO’S VAN  MOLUKKEN, PAPUA EN BALI

BEKIJK MIJN YOUTUBE VIDEO’S VAN ENKELE DUIKEN IN RAJA AMPAT:

Indonesia- Raja Ampat:Diving between manta’s on Manta Ridge near Arborek island

Indonesia- Raja Ampat:Diving between manta’s on Manta Ridge near Arborek island PART 2

Indonesia – Raja Ampat: Hello Turtle !!

Indonesia – Raja Ampat: Barracuda’s near island Kri

MIJN REISFOTO’S VANAF 1987 ZIJN HIER TE KOOP OP STOCK PHOTO AGENCY Afbeeldingsresultaat voor alamy