Onderstaand volgt het 2e deel van de fietsreis door Sulawesi samen met Sjoukje. Ook hier zijn het de opgetekende persoonlijke belevenissen van Sjoukje die een voortzetting zijn van haar verhaal in de voorgaande blog die eindigde met het begrafenis ritueel van de Toraja’s.

 

Het vlees van de geslachte varkens wordt ter plekke uitgedeeld aan de aanwezigen en er loopt dus af en toe iemand langs met een onduidelijk bloederig stuk varken aan een touwtje Het hoogtepunt is wel het slachten van de buffel, dat niet achteraf maar op een centrale plek gebeurt.

Dit keer spartelt het beest nogal tegen en er komen heel wat grote messen aan te pas voordat hij eindelijk onbeweeglijk in een grote plas bloed ligt. Hij wordt meteen gevild, wat  verrassend snel gaat, en in stukken gesneden. Een zeer realistische anatomische les. Ondertussen krijgen we een lekkere lunch geserveerd  van rijst met allerlei bijgerechtjes en gegrilde stukjes varken. Dan nog een kopje thee of koffie met iets zoets en dan zo rond 14.00 is het voor die dag voorbij.
Vanuit onze Homestay maken we nog een paar mooie fietstochtjes in de omgeving en een tweedaagse wandeling naar een 500 m. hoger gelegen dorp.

De omgeving is fantastisch mooi, zowel wat betreft natuur als de architectuur. Af en toe steken de hoge punten van de daken van de huizen als de voorstevens van grote schepen uit de groene zee van de beboste hellingen omhoog.
We hebben vijf dagen uitgetrokken om hier rustig rond te kijken, maar op zondag is het tijd om weer af te dalen naar Palopo en het immigrasi kantor.
Doch voor we aan de grote afdaling kunnen beginnen moeten we eerst vanuit Rantepao omhoog naar de top van de heuvelrug,  een klim van tweeënhalf uur. Maar dan volgt een heerlijke afdaling van wel 35 km., met helaas nog een tegenstijging van zo’n dikke 3km. waar we toch nog wel weer een half uurtje over doen.

Het is maandag 15 oktober en om 8.15 uur zijn we bij het Immigrasi Kantor. De man die het laatste stempel moet geven blijkt in een vergadering te zitten, maar om 9.30 uur heeft Bert dan eindelijk zijn paspoort terug met de felbegeerde visumverlenging en klimmen we op de fiets voor het volgende traject, dat zal gaan van Palopo naar Tentena aan het Poso meer via Masamba, Wotu en Pendolo.
De eerste twee dagen door de kustvlakte schieten we lekker op. De weg is goed en niet te druk en het landschap mooi groen, opgevrolijkt door bloeiende bougainville in vele kleuren, hibiscus en andere bloemen waarvan ik de namen niet weet. Langs de weg ligt op grote stukken plastic hier en daar rijst te drogen. Later, als we hoger komen, zien we ook pepertjes, koffiebonen en kruidnagel, hetgeen heerlijk geurt.

Af en toe staan er aan weerszijde van de weg grote schaduwbomen, die maken dat we door een (relatief) koele tunnel rijden.
We komen om een uur of drie in Wotu aan en besluiten te gaan kijken waar we morgen moeten zijn om een busje te nemen naar Pendolo, dat zo’n 800 m. hoger ligt. Na enig zoeken vinden we het Terminal en als we naar vervoersmogelijkheden voor de volgende dag vragen, wijst men op een in onze ogen al volgeladen busje dat een paar meter verderop staat, op het punt te vertrekken met bestemming Pendolo. We zijn bezweet en moe na 80 km. fietsen en twijfelen bovendien of er nog wel plek is voor ons, de fietsen en onze in totaal 10 stuks bagage. Tuurlijk wel, gebaart iedereen en de beslissing lijkt voor ons genomen te worden als één van de mannen op het dak klimt en gebaart de fietsen aan te geven. Onder Bert’s supervisie worden eerst de tassen bovenop neergelegd als stootkussens en dan daar bovenop de fietsen, vakkundig vastgebonden zonder risico voor de kwetsbare onderdelen. Binnenin blijken er twee verrassend ruime en comfortabele zitplaatsen voor ons te zijn en zo bereiken we na een mooie en inderdaad sterk klimmende rit met vele bochten na bijna vier uur onverwacht nog diezelfde dag Pendolo.
Het is inmiddels donker, maar we hebben van tevoren een overnachtingsplek uitgezocht en worden daar keurig afgeleverd. Het is een eenvoudige houten cabin aan de oever van het meer en na een lekker hapje nasi vallen we na deze lange dag snel in slaap bij het geluid van de golven.

S’Morgens, tijdens een duik in het meer nog voor het ontbijt,  maken we kennis met onze drie buren.  Het zijn Nederlanders die een boot hebben gehuurd om naar Tentena te varen en we kunnen mee!
Dat is niet alleen een heerlijk tochtje,  maar kijkend naar de oever zien we dat het ons een waarschijnlijk behoorlijk zwaar traject bespaart.
We worden afgezet bij een (voor ons doen) vrij luxe resort, dat gerund wordt door een Nederlander die hiermee het door hem opgerichte ernaast liggende opvangcentrum voor weeskinderen meefinanciert. We horen dat hier nu ook kinderen uit het rampgebied van Palu zijn ondergebracht.
Het is een heerlijke plek met lekker eten,  hetgeen we na alle wisma’s extra waarderen.

Maar de volgende dag gaan we toch weer verder, richting Poso aan de Tomini Bay.
Doch eerst nog even naar de markt van Tentena. Speciale delicatessen hier zijn grote vleermuizen (vliegende honden) en hele lange dikke palingen. Die laatsten zien we niet (alleen de fuiken), maar de eersten zeker wel. Niet erg om niet te hoeven proeven!
Zoals we al hoopten en verwachtten,  kunnen we heerlijk afdalen naar zeeniveau, alweer een super fietsdag. In Poso is gelukkig een bank waar we onze Euro’s kunnen inwisselen voor enkele miljoenen roepia’s.

Ons volgende doel is Ampana, een kleine 160 km. en dus twee fietsdagen verder,  vanwaar we zullen oversteken naar de Togean Islands.
De eerste dag gaat lekker, bijna alles op het middelste blad. Onderweg zien we geen wisma’s of andere mogelijkheden om te overnachten. Rond een uur of vijf, als de zon al laag aan de hemel staat, stoppen we in een dorp en vragen of ze ergens in de buurt een hotel of iets dergelijks weten.
Jawel, 23 km.  verderop.  Dat is voor ons geen optie, leggen we uit. Er wordt wat heen en weer gepraat door de dorpsbewoners en dan nodigt een jongeman die een klein beetje Engels spreekt ons uit om mee te gaan naar zijn huis. We worden hartelijk ontvangen met thee en een paar uitgerolde matten op de vloer om te slapen. Het toilet en de mandi-badkamer doen niet onder voor die van een eenvoudige wisma.  Al met al een hele leuke ervaring,  zij het ook een vermoeiende want je wordt geen ogenblik met rust gelaten. Iedereen wil met je communiceren en op de foto. Zelfs de burgemeester komt ook nog even langs op z’n scooter.
Ondanks de vrij harde bodem en het familieleven met huilende baby om ons heen slapen we nog best goed. Een aanbod om voor we vertrekken nog een wandeling door het dorp te maken slaan we af met als excuus de 75 km. die ook vandaag weer op het programma staan.
Nog één groepsfoto en dan rijden we weg.

Het wordt een zware dag, veel meer hoogteverschillen dan gisteren en regelmatig vrij steil.  Veel zweten op het kleine blad en ondanks alle inspanning af en toe niet harder gaan dan 5 à 6 km. per uur. Maar het lukt en moe doch tevreden bereiken we Ampana, met het blijde vooruitzicht dat we ons de komende dagen niet per fiets, maar per boot zullen verplaatsen.
We kopen kaartjes voor de ferry van morgen en reserveren een cottage op één van de eilanden voor de komende paar nachten.

Het is een vrij grote boot die ons de volgende ochtend naar Wakai brengt. We hebben recht op zitplaatsen in de cabine beneden, maar het is veel leuker en relaxter om op het dek te blijven.

Van hieruit gaan allerlei lokale bootjes (smalle lange outriggers) naar de verschillende eilandjes en wij worden opgehaald door de mensen van Lestari Cottages op Kadidiri.
Twee nachten blijven we in dit tropisch paradijsje, waar Bert sinds jaren weer een paar keer duikt en ik de onderwaterwereld al snorkelend verken, genietend van de schitterende kleuren en vormen van het koraal en de vissen.

We ontmoeten een Frans stel dat de volgende dag naar een verderop gelegen eiland wil verhuizen en we besluiten mee te gaan. Geen slechte beslissing! Onderweg stoppen we bij een meer met brak water, dat in verbinding staat met de zee, en waar je kunt zwemmen tussen de nietstekende kwallen die erin leven. Een heel bijzondere ervaring.

Daarna nog een stop om te snorkelen bij een rif met een betoverende hoeveelheid en verscheidenheid aan koraal en vissen. Zo indrukwekkend heb ik het nog niet gezien.
Er ligt ook een visserbootje en onze kapitein verrast ons met een bordje ceviche van vers gevangen vis met pepertjes en limoen.
Helemaal voldaan komen we aan bij onze volgende stek, een houten huisje aan een wit zandstrand met twee rijen kokospalmen en een prachtig uitzicht over de kleine baai.

Wie wil daar nou weg? We besluiten dan ook om hier te blijven tot we de volgende maandag de ferry naar Gorontalo nemen.
Het worden hele relaxte dagen met een paar wandelingen over het eiland (Na de wandeling naar de andere kant van het eiland als we met een bootje weer terug varen zien we dolfijnen!) en veel snorkelen (en schrikken van al het plastic dat op het water drijft), lezen, luieren en dit relaas bijwerken. En Frans spreken, want het merendeel van de andere gasten is Frans. En zelfs nog een potje kaart in die taal. Heel gezellig allemaal.

Nog een laatste snorkelexpeditie (elke keer ontdek ik weer nieuwe vissen) naar een supermooi rif, een laatste potje kaarten ‘s-avonds en een laatste nacht op het eiland Malenga voor we morgen eerst met de kleine boot naar Wakai en dan met de grote boot naar Gorontalo varen.

Het is inmiddels maandag 29 oktober, de dag dus dat we de Togean Islands verlaten. Eerst met een comfortabele outrigger terug naar Wakai (waar we meteen een grote papaya en een watermeloen kopen, want we hebben de laatste week geen ander fruit gezien dan bananen) en vandaar met de grote nachtboot naar Gorontalo.
Aan boord is het een gezellig weerzien met allerlei mensen die we al eerder op één van de eilanden hebben ontmoet.

Terwijl we op het dek genieten van een koude Bintang (Indonesisch bier) zwemmen twee dolfijnen een eindje met de boot mee, af en toe opspringend uit het water. Mooie show!
We hebben samen met twee dames uit Malenga een 4-persoonscabin weten te bemachtigen en ik slaap nog heel behoorlijk. Maar niet lang, want we komen al om 3.30 uur aan. En half uur later rijden we met de volgepakte fietsen zonder licht door een stikdonker Gorontalo. Gelukkig is er steeds meer straatverlichting naarmate we dichterbij het centrum komen en we vinden zelfs een cafeetje dat al open is en kopjes thee schenkt.
Bij de Homestay is men ook al wakker en even later hebben we een heerlijk schone kamer met airco, zodat we nog wat slaap kunnen inhalen.

Later rijden we wat rond door de stad om te kijken of we een kantoor van Lion Air kunnen vinden. Dat is, voor zover we kunnen zien, de enige vliegmaatschappij die van Manado naar Bali vliegt, maar ook de maatschappij waarvan gisteren een vliegtuig in zee is gestort . Alle inzittenden, 189 personen zijn omgekomen, één van de grootste vliegrampen uit de Indonesische geschiedenis.
Het kantoor vinden we níet , maar de stad maakt wel een gezellige indruk. Er staan nog wat gebouwen uit de koloniale tijd en hier en daar ontdek ik ook een Art Deco stijl geveltje.
Die avond trakteren we onszelf op een heerlijke rijsttafel met tonijn – en kipsaté. Jammer genoeg geen biertje erbij, want het is hier flink islamitisch.

BEKIJK DE FOTO’S EN VIDEO’S VAN INDONESIA – CYCLING SULAWESI